Een blauwtje in Jeruzalem

Vorige maand was ik in Israël en dat bezoek resoneerde flink na in mijn gedachten. Om te voorkomen dat ik me alleen voel “dwing” ik mezelf contact te maken met de mensen om mij heen. Inmiddels weet ik dat door contact te maken ik a) me niet meer zo alleen voel en b) vaak hele leuke mensen spreek en c) meer leer over andere culturen, gebruiken, rituelen, waardoor ik mensen beter leer begrijpen.

Maar toen waren er die muren. De eerste muur was een gevoelsmatige. Toen ik de ultra-orthodoxe Joodse wijk Me’a She’arim binnenliep, voelde ik het. Een armoedige wijk waar ik werd gedoogd, maar waar ze me liever niet hebben. Tuurlijk zag ik er al anders uit, droeg geen niets onthullende zwarte kleding en had mijn hoofd niet bedekt.  Ik kon er onmogelijk in contact komen met de bewoners, want zodra ik alleen ook maar oogcontact zocht, draaiden ze hun hoofd af, versnelden ze hun pas of staken over. Dit is toch lastig wanneer je nieuwsgierig bent, mensen beter wilt leren kennen en vooral ook meer begrip wilt hebben voor hun leefstijl en geloof. Die interesse was helaas niet wederzijds.

Via anderen leerde ik dat deze gemeenschap in afzondering leeft en dit graag zo wil houden. Ze houden zich aan de strikte regels van de Torah en hebben een sober bestaan, aan de rand van de maatschappij, want ze werken ook niet en gaan niet in dienst. Op Shabat mogen ze niks doen, nog geen lichtschakelaar indrukken. Door hun grote gezinnen -gemiddeld 8 kinderen per gezin- is dit de hardst groeiende bevolkingsgroep van Jeruzalem.  Met meer vragen dan antwoorden keer ik terug naar mijn hostel. Verbinding moet van twee kanten komen. Maar vandaag liep ik een blauwtje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *